AG Eindhoven, bijzondere activiteiten in goed gezelschap

Het debat over de al of niet vrije wil – door de eeuwen heen.

Miriam van Reijen
Leesgroep
Code: MR

KOSTEN (incl. €45,00 toeslag voor zaalhuur overdag):
Voor AG-leden:  €115,00
Voor niet-leden: €195,00
Voor leden van een bevriende vereniging: €155,00
(PVGE, VVAO, KLASSIEK VERBOND/EX ORIENTE LUX, VOLKSUNIVERSITEIT)

De filosofiegroep is begonnen, maar het is niet onmogelijk dat u zich alsnog kunt inschrijven tot uiterlijk 9 oktober 2017.
Neem daarom contact op de met de
filosofiecommissie.


Maandagochtenden (10.30-12.45) van de maand.
In 2017 op 11/9, 9/10, 13/11, 11/12
In 2018 op 8/1, 5/2, 12/3, 9/4 en 14/5 (reserve 11/6)

Zo’n 6 jaar geleden werd in Nederland een debat over ‘de al of niet bestaande vrije wil’ gevoerd naar aanleiding van boeken van o.a. Dick Swaab, Victor Lamme en Jan Verplaetse. Victor Lamme beweerde dat ‘wij, de wetenschappers, het debat dat al eeuwen oud is, nu kunnen beslechten’.

In deze cursus bespreken we dat ‘al eeuwen oude debat’ tussen meer en minder bekende filosofen en theologen. Wat waren hun argumenten?
Democritus meende ca. 300 B.C. dat botsingen van atomen alles bepalen, terwijl de stoïcijn Epictetus stelt dat onze meningen en keuzes in onze eigen macht liggen. Rond het jaar 400 stelde Pelagius dat de vrije wil van de mens ook na de zondeval intact bleef, en ontkende de erfzonde. Daarin stond hij lijnrecht tegenover Augustinus (354-430) die de vrije wil verdedigt om de zonde te ‘redden’. In de negende eeuw gaat een andere Augustijnse monnik, Godescalc, met de filosoof Scot Erigène in debat over de pre-destinatieleer. Een eeuw later verdedigt Anselmus van Canterbury (1033–1109) de keuzevrijheid, omdat anders ‘zonde’ zijn betekenis verliest.
Meer bekend is de briefwisseling tussen Erasmus (1469–1536) en Luther (1483-1546), waarin zij met hun idee van ‘vrije wil’ versus ‘slaafse wil’ lijnrecht tegenover elkaar staan. In de 17e eeuw staan in Holland de vrijzinnige remonstranten (Arminius), die de vrije wil verdedigen, tegenover de streng calvinistische contra–remonstranten (Gomarus).
Daarna verschuift het debat van een theologische kwestie naar een filosofisch-wetenschappelijke. Marx (1818–1883) stelt dat het bewustzijn een product is van het zijn, van de maatschappelijke verhoudingen. Freud (1856–1939) beweert dat ‘wij geen heer en meester zijn in ons eigen brein’. Met het nauwkeuriger waarnemen van wat er in het brein gebeurt, wordt de aanname van een vrije wil steeds dubieuzer. Toch roepen de neurowetenschappers vooralsnog voor hun beurt, Bert Keizer noemt hen terecht ‘neurosofen’. Wij zullen ook bekijken of de filosoof Spinoza in de 17e eeuw al niet meer overtuigende argumenten geeft tegen het bestaan van een vrije wil dan de hersenwetenschap tot op heden.

Miriam van Reijen (1946) is afgestudeerd in de sociale filosofie (Nijmegen, 1974) en in de cultuur- en godsdienstsociologie (Nijmegen, 1983). Van 1973 -1985 was zij docent aan de Universiteit Nijmegen, en aan diverse beroepsopleidingen. Na een lang verblijf in Latijns Amerika was zij van september 1998 t/m 31 december 2011 (pensioendatum) weer als docent filosofie werkzaam, o.a. aan Avans Hogeschool in Breda en Fontys Hogeschool in Eindhoven. Vanaf 1995 tot op heden is zij docent aan het HOVO (Hoger Onderwijs Voor Ouderen) van de universiteiten Nijmegen en Tilburg. Zij promoveerde in 2010 aan de Universiteit van Tilburg op een proefschrift over Spinoza, passie en politiek. Vanaf 2011 heeft zij een eigen opleiding Filosofie in de praktijk aan de Internationale School Voor Wijsbegeerte in Leusden, en geeft zij overal lezingen, cursussen en workshops, met name over de stoïcijnse filosofie en Spinoza. Zij is bestuurslid van de Vereniging Het Spinozahuis. Voor haar publicaties verwijzen we naar haar website.